Bachelor 1

 Belangrijke documenten en sites

 

  1. Hier vind je de ALGEMENE BROCHURE over de opleiding (voor studiekiezers). 

  2. In deze praktische INFOBROCHURE (2017-18) vind je een beschrijving van de vakken uit de 1e bachelor met details over lesuren en leeslijsten.

  3. De lessenroosters zijn beschikbaar in de Studiegids: Bovenaan rechts kan je de lessenroosters per semester aanklikken.

    * Voor de bacheloropleidingen worden alle vakken van de drie studiejaren opgesomd. In de kolom 'MT1' kun je zien tot welk studiejaar (BA 1, 2 of 3) het vak behoort

    * Voor vakken met meerdere lesmomenten of lokalen, verwijzen we naar de infobrochure of groepslijsten op deze pagina. Daar kan je zien hoe het vak precies wordt georganiseerd (modules, oefeningen, groepjes etc.).

  4. De groepslijsten voor de oefeningen worden hier gepubliceerd op 21 september 2017.

 

Algemene beschrijving

De opleiding tot Bachelor in de ‘Taal- en Letterkunde: twee talen’ wordt georganiseerd aan de Faculteit Letteren en Wijsbegeerte en duurt drie jaar. Na het behalen van dit diploma heb je rechtstreeks toegang tot diverse Master-programma’s.

 De doelstellingen van deze bachelor-opleiding zijn dat studenten:

  • een grondige kennis verwerven van twee talen
  • vertrouwd zijn met de culturele achtergrond van deze talen en taalgebieden
  • inzicht hebben in de structuur, het gebruik en de geschiedenis van deze talen
  • thuis zijn in de literatuur van deze taalgebieden en in staat zijn (literaire) teksten te analyseren

Om dit streefdoel binnen de termijn van drie jaar te bereiken, werd een programma ontworpen dat op drie pijlers berust. Elk van deze pijlers vind je al terug in het programma van de 1e bachelor. Een studiejaar bestaat uit 60 ECTS.

 

Een eerste pijler vormen de 5 algemene vakken (15 ECTS). Zij komen in alle opleidingen van de Faculteit Letteren en Wijsbegeerte voor en reiken de studenten algemene basisinzichten in de humane wetenschappen aan. Ze maken je als student ‘Taal- en letterkunde: twee talen’ vertrouwd met de grondbeginselen van de literatuur- en taalstudie, de historische kritiek, de geschiedenis van de filosofie en van de kunst.

De tweede pijler van het bachelor-programma zijn de steunvakken. Zij worden door alle studenten van deze opleiding gevolgd, en bieden noodzakelijke kennis, methodes en vaardigheden die de taalspecifieke vakken overschrijden. Het gaat met name om algemene taal- en letterkundige vakken. Deze beslaan ongeveer een zesde van het gehele studiepakket (5 ECTS in de 1e bachelor).

De derde en omvangrijkste pijler is de studie van twee talen. Gedurende de eerste twee jaren van de opleiding wegen die twee talen in het programma precies even zwaar (samen 40 ECTS in de 1e bachelor). In je derde jaar krijg je de gelegenheid om de studie van één van de twee gekozen talen extra te beklemtonen en je eventueel te specialiseren in de taal- of letterkunde. Hiermee kan je je meteen ook voorbereiden op de keuze van je master-studie.

 

Per taal is een evenwichtig traject uitgetekend. Elk van de talenpakketten bestaat uit drie delen: taalvaardigheid, een letterkundig en een taalkundig deel.

In taalvaardigheid staat de mondelinge en schriftelijke communicatie van de student centraal (bij de klassieke talen: over de betrokken taal); hieraan wordt vooral in het eerste en het tweede bachelor-jaar aandacht besteed.

In het letterkundige gedeelte worden de literaire tradities bestudeerd en leer je methoden kennen waarmee je teksten kan analyseren. In het eerste jaar ligt de klemtoon op het aanreiken van een literair en historisch referentiekader.

In het taalkundige gedeelte verwerf je inzicht in het taalsysteem, taalvariatie en de functies die taal vervult. Voor de studenten van onze opleiding volstaat het immers niet enkel dat ze een taal kunnen gebruiken, ze moeten ook leren begrijpen hoe deze taal werkt – en dat in soms totaal verschillende contexten.

Tenslotte is het van groot belang om ook de geschiedenis en de cultuur (in de brede zin van het woord) van de bestudeerde taalgebieden te kennen, zodat studenten ook inzicht verwerven in de politieke, maatschappelijke en culturele contexten waarbinnen taal en literatuur functioneren.