Master

Belangrijke documenten en sites 

  1. Infobrochure 2017-18.

  2. Presentatie van de infosessie 'Master Taal- en Letterkunde' (11 mei 2017)

  

 Algemene beschrijving  

De Master in de Taal- en Letterkunde bouwt verder op de basisvaardigheden van de bachelor. Taalkunde en letterkunde staan helemaal centraal, soms aangevuld met Geschiedenis en cultuur. Overal wordt de uitdieping van de verworven Ba-leerresultaten nagestreefd. Een belangrijk gemeenschappelijk kenmerk van de meeste taalgroepen is daarnaast dat de letter­kundige en de taalkundige component van het programma zowel een historische c.q. diachrone als een contemporaine c.q. synchrone dimensie heeft. Specifieke verschillen vallen te verklaren vanuit de onderzoeksspecialismen van de docenten, wat op dit Master-niveau ten volle verantwoord is.

In het masterprogramma staat een groot gedeelte van de vakken in het teken van de eigen kennisontwikkeling, via werkcolleges, begeleide taken (individueel of in groep), zelfstandig werk, enz. Ook waar de groepsgrootte hoorcolleges opdringt als basiswerkvorm, worden daarnaast leer- en evaluatievormen gehanteerd die persoonlijke, actieve kennisontwikkeling stimuleren en toetsen. Dit aandachtspunt culimineert in de masterproef, die sterk gericht is op de eigen kennisontwikkeling en het zelfstandig verrichten en neerschrijven van onderzoek. Dit eigen onderzoek wordt kennisinhoudelijk en disciplinair ondersteund door de disciplinaire en opleidingsondersteunende vakken. Studenten zijn vrij in de keuze van onderwerp voor de masterproef, maar krijgen ook onderwerpen aangeboden die onderdeel vormen van of aansluiten op het onderzoek van de docenten. Elke docent deelt aan het begin van het academiejaar een waaier aan mogelijke onderwerpen mee.

Na afloop van hun masteropleiding moeten studenten in staat zijn om zelfstandig complexe wetenschappelijke problemen op te lossen. Hiertoe kunnen ze zich op diverse wijzen specialiseren: zo kunnen ze verder de twee talen uit de bachelor studeren of zich toeleggen op één van die twee. Voorts kunnen ze zich verdiepen in de algemene taal- of literatuurwetenschap. De studie van de talen zelf omvat 30 (traject ‘één taal’) of 40 (traject ‘twee talen’) studiepunten. Daarnaast kunnen studenten voor maximaal 10 studiepunten vakken vrij kiezen om hun persoonlijk wetenschappelijk profiel uit te bouwen. Ten slotte is een belangrijk bestanddeel van de master de masterproef, die een derde van de studiepunten omvat (20 ECTS).