Wat is Taal- en Letterkunde

De opleiding tot Bachelor in de Taal- en letterkunde: twee talen wordt georganiseerd binnen de faculteit Letteren en Wijsbegeerte en duurt drie jaar.

Na het behalen van dit diploma heb je rechtstreeks toegang tot de Master in de Taal- en letterkunde, de Master Vergelijkende Moderne Letterkunde of de Master Historische Taal- en Letterkunde. Deze masteropleidingen duren één jaar.

  

Bachelor en Master in de Taal- en Letterkunde: twee talen

Je kiest twee talen uit twee verschillende kolommen 

DUITS           ENGELS          FRANS            NEDERLANDS   GRIEKS     
LATIJN ITALIAANS
SPAANS
ZWEEDS


 

Master in de Taal- en Letterkunde: één taal of talengroep

DUITS     ENGELS    FRANS     GRIEKS     LATIJN     NEDERLANDS    

IBEROMAANSE TALEN       SCANDINAVISTIEK

Master in de Vergelijkende Moderne Letterkunde

Master in de Historische Taal- en Letterkunde 

 

Opbouw van het programma

Het programma van de bacheloropleiding is opgebouwd rond een eerste jaar waar directe kennisoverdracht centraal staat in een groot aantal vakken (algemene en opleidingsondersteunende vakken; disciplinaire vakken taalkunde, letterkunde, en bij sommige taalgroepen geschiedenis en cultuur), terwijl kennis en vaardigheid intens verbonden worden in de taalbeheersingsvakken. De opleidingsondersteunende en disciplinaire vakken in het tweede en derde jaar diepen de kennis uit die in Bachelor 1 aangereikt werd. Daarnaast wordt in die opleidingsonderdelen regelmatig voorzien in de mogelijkheid tot ontwikkelen van eigen verworven kennis, via oefeningen, lectuur, enz. Gaandeweg geven meer methodologisch georiënteerde opleidingsonderdelen de studenten de sleutels om zelf kennis uit te breiden. In enkele vakken komen onderzoeksgerichte vaardigheden aan bod zoals bronnenkritiek, reflectie op methodologie en onderzoeksparadigma’s.

Vanaf Bachelor 3 worden vooral de zelfstandige kennis­ontwikkeling en onderzoeksvaardigheden aangescherpt door middel van veel paperwerk, waaronder de onderzoekstaak. Kennisontwikkeling wordt, naarmate de student vordert, steeds meer een persoonlijke opdracht, hetgeen ook in de gehanteerde leervormen en evaluatievormen tot uiting komt. 

In de masteropleiding staat een groot gedeelte van de vakken in het teken van de eigen kennisontwikkeling, via werkcolleges, begeleide taken (individueel of in groep), zelfstandig werk, enz. Ook waar de groepsgrootte hoorcolleges opdringt als basiswerkvorm, worden daarnaast leer- en evaluatievormen gehanteerd die persoonlijke, actieve kennisontwikkeling stimuleren en toetsen. Dit aandachtspunt culimineert in de masterproef, die sterk gericht is op de eigen kennisontwikkeling en het zelfstandig verrichten en neerschrijven van onderzoek. Dit eigen onderzoek wordt kennisinhoudelijk en disciplinair ondersteund door de disciplinaire en opleidingsondersteunende vakken.